Taken en bevoegdheden van de VGW(M)-commissie
Laatste update 13 mei 2000

Inleidend

'Taken' en 'bevoegdheden' liggen dicht bij elkaar.
In de meeste gevallen komen taken en bevoegdheden op het gebied van V, G en W toe aan de Ondernemingsraad. Dit is geregeld in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR)

De Ondernemingsraad op zijn beurt kan een aantal van die taken en bevoegdheden delegeren aan een door de OR ingestelde VGW(M)-commissie.
Hieronder volgen de voornaamste taken en bevoegdheden van de OR op het gebied van arbeids-omstan-digheden

Bevoegdheden zijn vooral gebaseerd op de WOR (zoals gewijzigd in 1998) en op de arbowet.
De arbowet is november 1999 vervangen door een vernieuwde arbowet, genaamd 'arbowet 1998'(!). Deze informatie verwijst naar de nieuwe arbowet.
Omdat veel bevoegdheden van OR en VGWM-commissie uit de arbowet 1998 zijn verdwenen, want goeddeels ook terug te vinden in de WOR, is het des te belangrijker geworden dat OR/ VGW(M)-commissie en hun gesprekspartners zich in het onderling overleg rekenschap geven van het feit dat niet alleen de arbowet praat over arbeidsomstandigheden. Het gewicht van de WOR is toegenomen, maar niet elke arbo-deskundige is net zo goed thuis in de WOR als in de arbowet!

Hoe OR en VGW(M)-commissie met hun bevoegdheden omgaan is in de eerste plaats hun eigen zaak. Nergens staat in de wet dat zij zich moeten beperken tot (achteraf) toetsen van het beleid. Wel staat er dat ze alle recht op informatie en (bijvoorbeeld) het recht op initiatief hebben.
Nagenoeg alle maatregelen van de werkgever over Veiligheid, Gezondheid en Welzijn horen vooraf ter goedkeuring aan de OR voorgelegd te worden, waarbij de OR beschikt over een 'vetorecht' (artikel 27 WOR), dat alleen door de rechter 'overruled' kan worden. De werkgever kan de mening van de OR dus niet zomaar naast zich neerleggen, integendeel!

Voor OR en VGW(M) commissie is het zaak een visie op de eigen rol en taken en een werkwijze te ontwikkelen die passen bij de eigen wensen en bij het eigen bedrijf!

Op het gebied van milieu heeft de OR adviesrecht, wat betekent dat de werkgever over ingrijpende milieumaatregelen, alsmede over de invoering van een milieuzorgsysteem vooraf de OR om advies moet vragen.
De wetgever gaat er vanuit dat arbeidsomstandighedenbeleid een zaak van goede samenwerking is tussen werkgever en werknemersvertegenwoordiging, waarbij de OR nadrukkelijk een gelijkwaardige positie krijgt (wat nog iets anders is als op de stoel van de werkgever gaan zitten).
Tot slot geeft de WOR de OR ook nog 'toezichthoudende' taken op het gebied van arbeidsomstandigheden en milieu.
Voornaamste taken, rechten en bevoegdheden op het gebied van VGWM

  1. In werktijd bespreken van zaken op het gebied van arbeidsomstandigheden met :

    - Bestuurder
    - Management
    - Deskundigen
    - Werknemers
    - Andere personen
    - Onderling
    (art. 18.1-WOR-aantal uren in overleg te bepalen, niet min-der dan in totaal 60 uur per jaar, inclusief de uren die voor punt 3 gelden)(dit artikel geldt zowel voor de OR als voor zijn commissies)

  2. Verkrijgen van informatie op het gebied van arbeidsomstan-digheden van de kant van:
    - Bestuurder
    - Management
    - Interne deskundigen
    - (Externe deskundigen)
    - (Ambtenaren van de Arbeidsinspectie)
    - Mentoren jeugdige werknemers
    - Bedrijfshulpverleners

    (art. 31/1 WOR - ook automatisch geldig voor commissies, dus hoeft formeel niet gedele-geerd te worden; het kan echter naar de ondernemer toe geen kwaad dit recht nadrukkelijk te vermel-den)
    Verder is er recht op informatie van externe deskundigen: artikel 14.1a1 en 2 van de oude Arbo-wet. Dit informatierecht komt in de arbowet 1998 te vervallen, het in hetzelfde artikel opgeno-men vergezelrecht van de Arbeidsinspectie blijft echter bestaan (nieuw art.12).

  3. De OR heeft een wettelijk recht op directe toezending van een kopie van het advies van de arbodienst over de Risico Inventarisatie en Evaluatie, alsmede op een afschrift van alle andere adviezen van de Arbo-dienst aan de werkgever. Van de werkgever moet de OR een kopie van de RIE krijgen. Bovendien is het te verdedigen dat de OR op grond van het hierboven genoemde artikel 31 WOR ook concepten van de RIE opvraagt

    (artikel 4.3 en art. 18.4 oude arbowet)(in de arbowet 1998 aanzienlijk vager geformuleerd art. 12 resp. 14, maar met dezelfde intentie)

  4. Zich in werktijd op de hoogte stellen van de arbeidsomstandigheden in het bedrijf (artikel 18.1 WOR)(gedurende een gezamenlijk vast te stellen aantal uren per jaar, maar niet minder dan 60). Dit vormt een 'handvat' voor OR en/ of VGWM-commissie om periodiek zelfstandig een 'arboronde' door het bedrijf te maken. Tijdens zo'n ronde komt het niet alleen aan op kijken maar ook op luisteren: wat hebben de medewerkers aan je te melden op het gebied van V, G en W.

  5. Instemmingsrecht op het gebied van V, G en W en verzuimbeleid: geldt voor regelingen (=beleidslijnen, plannen en maatregelen). De werkgever heeft dan vooraf toestemming van de OR nodig. Dit instemmingsrecht geldt als de werkgever regelingen uitvaardigt, ze wijzigt of ze wil intrekken.

    Daaronder vallen bijvoorbeeld zaken als:

    § de opzet, wijze van uitvoeren en rapportage van de RIE
    § het op de RIE gebaseerde maatregelenplan
    § keuze van de arbodienst en de inhoud van het contract
    § de wijze waarop de werkgever de arbozorg binnen het bedrijf wil organiseren (b.v. wel of niet samen met kwaliteitszorg)
    § het willen aangaan van een certificatieregeling (b.v.V-CA)
    § het al dan niet willen werken met een arbo-Jaarplan en arbo-Jaarverslag

    Dit staat in a
    rtikel 27d van de WOR; nuttig zijn ook art. 27h (bedrijfsmaatschappelijk werk), art. 27 b (werktijden), art. 27 k (klachtenregeling) en art. 27i (werkoverleg): ook hierover heeft de OR instem-mingsrecht.

  6. Het overlegrecht uit de oude arbowet is in de nieuwe wet grotendeels overgeheveld naar de WOR (instemmingsrecht). De bepalingen uit de oude arbowet, op grond waarvan de OR 'overlegrecht' had, zijn dus niet zomaar verdwenen: in de meeste gevallen zal de werkgever nu naar de OR moeten om instemming te vragen. Wel verplicht de nieuwe arbowet de werkgever jaarlijks vooraf met de OR te overleggen over de uitvoering van het bij de Risico Inventarisatie en Evaluatie horende actieplan, alsmede over de 'actualiteit' van de RIE (m.a.w. klopt de RIE nog of moet er een nieuwe komen)(art. 5 nieuwe arbowet) . In bedrijven zonder OR zal hij met het personeel moeten overleggen over de wijze van uitvoeren van het arbobeleid(artikel 12.1)

  7. Recht op ondersteuning van deskundigen (art. 18.1d- Arbowet)(in nieuwe arbowet artikel 14)

  8. Recht op scholing: voor OR-leden bedraagt dit ten minste 5 dagen per jaar. Leden van commissies (dus ook de VGW-commissie) hebben daarenboven een zelfstandig scholings-recht van minimaal 3 dagen per jaar (art.18 WOR)

  9. Initiatiefrecht m.b.t. Arbo-aangelegenheden (WOR art. 23/4)
    Bedoeld is het recht om schriftelijk voorstellen te doen aan de bestuurder en het recht arbo-onderwerpen op de OV-vergadering te doen agenderen . In beide gevallen is de bestuurder gehouden overleg te plegen met de OR en met argumenten aan te geven waarom hij voorstellen van de OR wel of niet wenst over te nemen.

  10. Het bevorderen van de naleving van de voorschriften op het gebied van V, G en W en M.
    (Artikel 28.1 van de WOR)

  11. Het bevorderen van werkoverleg en leggen van bevoegdheden laag in de organisatie
    (Artikel 28 lid 2 v.d. WOR)

  12. Raadplegen deskundigen
    (Art. 16 lid 1 van de WOR)

  13. Gebruik van voorzieningen, vergaderen in werktijd enz.
    Art. 17 van de WOR geldt automatisch voor commissies; kan echter geen kwaad dit naar de ondernemer toe te benadrukken

  14. Recht op het voeren van rechtsgedingen
    DIT RECHT KAN NIET AAN DE VGWM-COMMISSIE WORDEN OVERGEDRAGEN (art. 15 lid 2 v.d. WOR)

  15. Adviesrecht
    Artikel 25 WOR; vooral voor commissies die de M van Milieu vorm willen geven van belang. VGW-zaken vallen onder artikel 27 (instemmingsrecht).
    Over maatregelen op het gebied van milieuzorg en het invoeren van een milieuzorgsysteem moet de werkgever vooraf advies aan de OR vragen.

  16. Vergezelrecht en recht op apart overleg met de Arbeidsinspectie
    In de nieuwe arbowet artikel 12

  17. Het recht de Arbeidsinspectie om een onderzoek te vragen; de Arbeidsinspectie is vervolgens verplicht dit zo snel mogelijk uit te voeren. Een dergelijk onderzoek kan ook door de vakbond worden gevraagd (artikel 24.6 arbowet 1998)