Naar ARBO-site

Instrumenten om werkdruk te meten

Laatste update: 29 maart 2005

De laatste jaren zijn is er een aardig aantal instrumenten ontwikkeld om werkdruk in kaart te brengen. Allemaal met hun eigen voor- en nadelen.Op deze pagina een overzicht van de voornaamste instrumenten. met die voor- en nadelen (gezien door onze ogen, en vanuit de - aanzienlijke - vakbondservaring met dit onderwerp).

Deze pagina's zijn samengesteld op basis van de bij FNV Bondgenoten aanwezige kennis van en ervaring met genoemde instrumenten. De vergelijking tussen de diverse instrumenten is naar beste inzicht gemaakt, en weerspiegelt de mening van de arbeidsomstandighedenadviseurs van FNV Bondgenoten. Dit overzicht maakt geen aanspraak op absolute compleetheid.
FNV Bondgenoten kan echter geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden. Uiteraard behoeft onze mening niet noodzakelijkerwijs overeen te komen met andere meningen, bijvoorbeeld die van de auteurs/ eigenaars van genoemde instrumenten. FNV Bondgenoten is altijd geïnteresseerd in praktijkervaringen met genoemde (of andere) instrumenten. Aarzel dus niet ons een mail te sturen!

Bezint eer gij begint De voornaamste werkdruk-meetinstrumenten Vergelijking van de instrumenten

Bezint eer gij begint...

Vooraleer de keuze voor een bepaald werkdrukinstrument te maken, is het nodig een aantal dingen goed te overwegen en af te spreken:

  1. Wat willen we weten?
    --> Zijn we alleen op zoek naar werkdruk, of willen we ook andere vormen van 'psychosociale belasting' en/of werkstress boven water krijgen?
    --> Willen we vooral weten wat de gevolgen van te hoge werkdruk voor de betrokken werknemers zijn, of zijn we juist op zoek naar oorzaken; zoja willen we oorzaken in de werksfeer dan wel in de werkorganisatie blootleggen, of willen we ook naar de privé-sfeer kijken?
    Kies een instrument dat aansluit bij de eigen vraagstelling, of pas het gekozen instrument met behulp van deskundigen aan.

  2. Welke definities gebruiken we?
    Het is belangrijker dat betrokkenen het onderling eens worden over de in de eigen situatie meest bruikbare definitie, dan oeverloos door te diskussiëren welke definitie nu precies de meest juiste is.
    Toch een paar definities van onze kant:

    * werkdruk: situatie waarin binnen de beschikbare tijd niet of met moeite aan de gestelde taakeisen kan worden voldaan
    * stress:
    lichamelijke en geestelijke spanningssituatie ten gevolge van het optreden van één of meerdere stressveroorzakers (stressoren)
    * werkstress:
    stress veroorzaakt door stressoren op het werk
    * psychosociale belasting:
    het geheel van geestelijke belasting van mensen in relatie met hun maatschappelijke en werksituatie
    * stressor:
    stressveroorzaker; kan liggen in de werksituatie, maar ook door andere omstandigheden. Werkdruk is een mogelijke stressor, evenals werkonzekerheid, agressie op het werk, stijl van leidinggeven enz.
    * burnout:
    totale geestelijke en lichamelijke uitputtingssituatie tengevolge van langdurige geestelijke overbelasting (b.v. werkdruk)
    * vermoeidheid: één van de mogelijke klachten die kunnen optreden tengevolge van (langdurig) te hoge werkdruk in combinatie met onvoldoende hersteltijd. Maar ook lichamelijke klachten kunnen het gevolg zijn van werkdruk


    Kies bij voorkeur een instrument dat het best past bij de gekozen definities
  3. Welke norm hanteren we?

    Het is mogelijk om verschillende normen te hanteren:

    • relatieve normen waarbij het referentiepunt het landelijk gemiddelde of het gemiddelde in de branche is
    • absolute normen waarbij als uitgangspunt een gezonde werksituatie of het risico op gezondheidsklachten wordt genomen.

    Het gevaar van het uitgaan van relatieve normen is dat het gemiddelde niveau van werkdruk in Nederland zeer hoog ligt. Dit kan ook gelden van het gemiddelde in de branche. Door het streven naar het landelijk of het branchegemiddelde wordt als het ware een ongezonde norm geïntroduceerd. Beter is daarom een absolute norm te nemen, bijvoorbeeld: ‘gestreefd moet worden dat slechts 5% van de werknemers een verhoogd risico heeft om uit te vallen met psychische klachten’.

    Een andere mogelijkheid is om na afloop van het onderzoek een eigen 'bedrijfsnorm' te ontwikkelen, die erin bestaat dat het aantal mensen dat een 'te hoge' werkdruk zegt te hebben, in een aantal jaren met een percentage X omlaag zal worden gebracht.

  4. Beschikbare middelen
    Beschikken we over de nodige middelen om het onderzoek wat groter op te zetten (bijvoorbeeld ondersteuning van de arbodienst, of door een adviesinstituut als TNO) of niet. Zonee: kies een eenvoudig en/of goedkoop instrument
  5. Groot of klein bedrijf
    Wordt de meting uitgevoerd in een groot of in een klein bedrijf? Kies - dat ligt voor de hand - in een klein bedrijf ook een eenvoudig meetinstrument.
  6. Wie zijn de opdrachtgever(s)?
    Wordt het onderzoek uitgevoerd in opdracht van de werkgever, van werkgever en ondernemingsraad samen, of juist door de werknemers (OR, vakbondskadergroep) zelfstandig. Bij onderzoek door werkgever alleen of door werkgever en OR samen is het zaak ook een gezamenlijk gedragen keuzes te maken (dus overleg te plegen!), zowel voor het te gebruiken instrument, als voor de te onderzoeken onderwerpen en de in te schakelen deskundigen. Verrichten werknemers het onderzoek zelfstandig, kies dan een betrekkelijk eenvoudig en goedkoop instrument (b.v. de Quick Scan Werkdruk ontwikkeld door de FNV) en/of zorg als OR voor de nodige deskundige ondersteuning bij het onderzoek (maak gebruik van de rechten die de Wet op de Ondernemingsraden geeft!)
  7. Niet opnieuw het wiel uitvinden
    Tot slot: is er al eerder werkdrukonderzoek gepleegd in het bedrijf, bijvoorbeeld in het kader van het Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO). Evalueer dan eerst dit onderzoek vooraleer een (eventueel ander) instrument te kiezen, en gebruik waar mogelijk de gegevens van het eerdere onderzoek.
  8. Wat doen we na het onderzoek?
    Niets is zo funest als onderzoeksresultaten waarmee niets gedaan wordt. Wacht niet te lang met het vertalen van de resultaten in actie, om de geconstateerde knelpunten op te lossen. Spreek bij voorkeur al voor het onderzoek af, dat - als de onderzoeksresultaten daar aanleiding toe geven - de noodzakelijke en mogelijke maatregelen worden getroffen

De voornaamste instrumenten om werkdruk in kaart te brengen

  1. Quick Scan Werkdruk FNV
  2. VBBA
  3. Nova Weba
  4. MKB-instrumenten FNV Bondgenoten
  5. MKB-instrument Hoofdbedrijfschap Detailhandel
  6. Rijks Universiteit Groningen
  7. Universiteit van Amsterdam/AMC/Coronel Labroatorium

 

Vergelijking van de diverse instrumenten

Klik voor nadere toelichting op de indeling op de betreffende kolomkop

Naam Naam
Quick ScanWerkdruk FNV 2 1 2 1 2 QSW-FNV
VBBA 3 2 3 2 3 VBBA
Nova Weba 3 3 3 1 3 Nova Weba
'MKB' FNV Bondgenoten 1 1 1 1 1 MKB-FNV
HB Detailhandel 1 2 1 3 1 HBD
Rijks Universiteit Groningen 4 4 4 4 4 RUG
AMC/ Universiteit Amsterdam 4 4 4 4 4 UvA